Het Klavertje

 

> AD(H)D

AD(H)D

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder ofwel aandachtsstoornissen met hyperactiviteit (overbeweeglijkheid).

Kinderen met ADHD (Attention Deficit and Hyperactivity Disorder) vertonen vaak een gebrek aan concentratie en volgehouden aandacht, zijn enorm impulsief en overbeweeglijk.
ADHD is een ontwikkelingsstoornis d.w.z. dat men ermee geboren wordt en dat het niet overgaat tijdens de puberteit. ADHD is niet te genezen maar we kunnen de kinderen wel leren ermee om te gaan.

Er zijn 3 typen van ADHD :

  • ADD, het type met alleen concentratieproblemen/aandachtstekort
    • Onvoldoende aandacht voor details en verstrooidheidsfouten
    • Moeite om aandacht bij taken of spel te houden
    • Niet lijken te luisteren naar anderen
    • Volgen vaak aanwijzingen niet op
    • Slagen er vaak niet in om taken of opdrachten af te werken
    • Vermijden vaak langdurige taken
    • Worden vaak afgeleid door onbelangrijke dingen
    • Vaak dingen kwijtraken
    • Vergeetachtigheid bij dagelijkse bezigheden
  • HD, het type met alleen hyperactiviteit en impulsiviteit
    • Rusteloosheid, constant bewegen met handen of voeten,…
    • Problemen met wachten (bv. Anderen tijdens een gesprek steeds onderbreken)
    • Geen orde, structuur en discipline, van alles tegelijk ondernemen
    • Ongecontroleerde woede-, angst- of huiluitbarstingen
    • Hebben moeite om hun beurt af te wachten
    • Beantwoorden vaak vragen vooraleer ze afgemaakt werden
    • Soms opdringerig zijn, anderen storen
    • Aan één stuk door praten
    • Zich in gevaarlijke situaties storten zonder bij de gevolgen stil te staan
  • ADHD, het gecombineerde type
    Zowel concentratieproblemen, hyperactiviteit als impulsiviteit.

ADHD laat bij elk kind een ander beeld zien. Vaak kunnen bijkomende problemen (secundaire problemen) ten gevolge van AD(H)D en samen voorkomende stoornissen (comorbide stoornissen) het moeilijke levenspad van het kind doorkruisen.

Naast de algemene kenmerken kunnen volgende bijkomende problemen ontstaan :

  • Waarnemingsstoornissen
    Deze ontstaan bij het verwerken van auditieve en visuele prikkels:
    • onvoldoende discriminatie
    • onvoldoende figuur-achtergrond discriminatie
    • onvoldoende kennis van het lichaamsschema, links/rechts differentiatie.
  • Motorische moeilijkheden
    • De coördinatie van de bewegingen verloopt moeilijker door de impulsiviteit of het gebrek aan concentratie. Ze zijn onhandig, struikelen of laten zaken uit hun handen vallen.
    • Door de gebrekkige fijne motoriek kunnen ze problemen ontwikkelen bij het schrijven, eten, tekenen … .
    • Er is vaak sprake van een zwakke oog-handcoördinatie.
  • Taal- en leerstoornissen
    • Er kan een vertraagde ontwikkeling van de spraak en van de taal voorkomen. Het kind kan een duidelijk beperkte woordenschat hebben, moeilijkheden hebben in het maken van zinnen, moeilijkheden hebben bij het begrijpen van woorden, zinnen of begrippen.
    •  Spellingsproblemen kunnen voorkomen omdat het kind bijvoorbeeld niet in staat is even te stoppen om een spellingsregel toe te passen, terwijl het kind de regel wel kent.
  • Tics
    Deze komen frequenter voor bij kinderen met ADHD.
  • Geheugenstoornissen
    Het inprenten van dingen is moeilijk bij deze kinderen.
  • Gedragsproblemen
    Kinderen met AD(H)D zijn vaak impulsief en raken snel geïrriteerd waardoor ze driftbuien krijgen en agressief overkomen.
  • Relationele problemen
    Deze kinderen zijn vaak sociaal niet zo vaardig en flappen meestal alles eruit zonder erbij na te denken. De gevolgen van hun gedrag en de reacties van de anderen kunnen ze vaak onvoldoende inschatten waardoor ze druk, onbeleefd en te spontaan overkomen.
  • Emotionele stoornissen
    • Bij kinderen met ADHD treden emotionele opwindingen vlugger op. Ze zijn moeilijk onder controle te houden. Hun emoties variëren tussen extremen, van uitbundig uitgelaten naar wanhopig, triestig.
    • Kinderen met AD(H)D hebben vaak het gevoel dat ze mislukken. Ze krijgen vaak de ganse dag negatieve feedback zoals ‘zit stil, stop met wiebelen, jij praat altijd waardoor je niet weet waar we zijn,…’. Hierdoor daalt hun zelfbeeld sterk en ontwikkelen ze vaak faalangst. Het gevolg hiervan is dat ze nieuwe of moeilijke opdrachten vaak gaan mijden of dat ze ‘nee’ zeggen.

 

ADHD kan het leven van een kind en zijn omgeving flink ontwrichten. Vroegtijdige signalering van de problemen is dus erg belangrijk. Het kind zou moeten onderzocht worden wanneer deze signalen optreden.
Het kind let gedurende zes maanden duidelijk minder goed op, gedraagt zich veel beweeglijker, raakt sneller gefrustreerd, kan zich slechter beheersen, of is impulsiever dan zijn leeftijdgenoten. Andere kinderen mijden het kind vanwege hyperactief, emotioneel of agressief gedrag. Het kind heeft driftbuien of gedraagt zich vaak heftig of onvoorspelbaar.

ADHD kan het best worden vastgesteld door een specialist die op de hoogte is van ADHD. Het onderzoek omvat verschillende aspecten. Naast een lichamelijk onderzoek door de arts, zal er een gesprek plaatsvinden met de ouders en, indien mogelijk, ook met het kind. Ook kan de leerkracht gevraagd worden zijn observaties te geven, of een vragenlijst in te vullen. Tevens kan een psychologisch of neuropsychologisch onderzoek bijdragen tot een juiste diagnose. Er bestaat geen speciaal onderzoeksinstrument waarmee éénduidig kan vastgesteld worden dat er sprake is van ADHD.

Voor de begeleiding van kinderen met ADHD wordt er gewerkt met cognitieve gedragstherapie zoals de Berenmethode van Meichenbaum. De kinderen wordt geleerd eerst te denken voordat ze doen. Daarbij wordt de innerlijke taal gestimuleerd waardoor de kinderen hun eigen gedrag beter kunnen reguleren en controleren. Ze leren stapsgewijs problemen oplossen.
Sociale vaardigheidstrainingen kunnen worden gegeven om de sociale relaties van deze kinderen te verbeteren.

Niet alle kinderen hebben medicatie nodig. Wanneer dit wel het geval is, dan wordt vaak Rilatine voorgeschreven. Naast medicatie moet altijd een gedragsmatige aanpak plaatsvinden. Het effect van de medicatie op het gedrag is dan ook groter.

naar boven