Het Klavertje

 

Dyscalculie

Bij dyscalculie ligt de rekenkundige begaafdheid, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test, aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van de betrokkene. De stoornis interfereert in significante mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor rekenen vereist is. Indien een zintuiglijk defect aanwezig is, zijn de rekenproblemen ernstiger dan die welke hier gewoonlijk bij horen.

Dyscalculie

Dyscalculie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het vlot en/accuraat oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat toepassen van rekenprocedures.

 

Dyscalculie is een probleem dat zich op verschillende manieren uit :

  • Kinderen met een rekenstoornis van het (semantische) geheugen type
    Zij hebben voornamelijk problemen met het onthouden van de basiscombinaties tot 10 en met het snel en accuraat oproepen van rekenfeiten.
  • Kinderen et een rekenstoornis van het procedurele type
    Zij gebruiken vaak onrijpe werkwijzen. Ze hebben vaak moeite met het uitvoeren van stappenplannen, met het toepassen van de begrippen die nodig zijn voor die stappenplannen en met de opeenvolging van stappen in complexe algoritmes. Het werkgeheugen geraakt bij hen overbelast. We zien hier vaak groepeerfouten (42+3=72), omkeringen (42-3=41), foute bewerkingen (42x3=45) of onvolledige procedures (42+19=51).
  • Visuospatiële dyscalculie
    Hier lijkt het technische rekenen en het procedurele rekenen (staartdelingen, cijferen) redelijk tot goed te vlotten. Het inzichtelijke rekenen daarentegen (contextrijke toepassingen of vraagstukjes oplossen) is meestal zwak. Daarnaast vallen deze kinderen uit bij meten en meetkunde. Ook hebben deze kinderen vaak problemen om complexe motorische handelingen uit te voeren, om oplossingen te bedenken voor problemen in het dagelijkse leven en om met andere kinderen om te gaan.
  • Getallenkennisdyscalculie
    Deze kinderen hebben het vooral moeilijk met het lezen van getallen (6 en 9, 25 en 52) en het plaatsen van getallen op een getallenlijn of in het honderdveld. Daarnaast maken ze ook fouten bij het splitsen van getallen in honderdtallen, tientallen en eenheden. Bij het opschrijven van getallen komen vaak verwisselingen voor.
    In de praktijk zien we veel gemengde types.

 

Om van dyscalculie te kunnen spreken moet er aan 3 criteria voldaan worden :

  • Criterium van de achterstand
    Er is sprake van een ernstig rekenprobleem in vergelijking met een relevante vergelijkingsgroep (met betrekking tot leeftijd, intellectuele mogelijkheden en opleiding). Kinderen met dyscalculie behoren tot de 10% zwakste rekenaars op valide en betrouwbare en genormeerde toetsen.
  • Criterium van hardnekkigheid
    De rekenproblemen zijn niet voorbijgaand van aard, zoals vastgesteld op verschillende meetmomenten in de tijd. Ze zijn didactisch resistent. Adequate instructie (individueel toegesneden, planmatig en voldoende lang uitgevoerd)  en oefening leidden er niet toe dat de achterstand werd weggewerkt.
    Er zijn 3 niveaus van adequate instructie en inoefening
    • Niveau van de instructie en inoefening in de klas
    • Geprotocolleerd handelen m.b.t. kinderen met rekenproblemen (de handelingscyclus van signaleren, problemen analyseren en aanpassing van de methodiek moet zorgvuldig zijn toegepast)
    • Gerichte individuele remediërende leerhulp (logopedische therapie) werd toegepast
  • Exclusiecriterium
    De hardnekkige rekenproblemen zijn niet volledig toe te schrijven aan een ander probleem

Dyscalculie is een leerstoornis die niet enkel bij wiskunde problemen oplevert, maar ook een invloed kan hebben bij andere vakken : economie/boekhouden (berekeningen uitvoeren, cijfers correct en op de juiste plaats noteren, …), statistiek (inzicht en berekeningen), aardrijkskunde (interpretatie van kaarten, breedte- en lengtegraad, schaal berekening), wetenschappen en technologische opvoeding (formules en berekeningen, labo-experimenten uitvoeren), technisch tekenen (inzicht in de figuur, correct meten en nauwkeurig werken), muziek (noten lezen, maat en toon houden, ..).
  
Dyscalculie kan problemen veroorzaken in het dagelijkse leven zoals bij het schatten van tijd en afstand, bij het omgaan met geld (controleren van wisselgeld, budgetteren en plannen van uitgaven), en bij het meten en wegen.

Het is belangrijk dat leerlingen met STICORDI-maatregelen de competenties van een opleiding verwerven, daar waar ze zonder maatregelen zouden falen. In het lager onderwijs zal het accent vooral liggen op stimulerende en remediërende aanpak en zullen er extra inspanningen geleverd moeten worden om de basisleerstof te verwerken. Later in het onderwijs kan gekozen worden voor meer gebruik van compenseren en dispenseren. Steeds zullen een analyse en aanpak nodig zijn uitgaande van de aanwezige kennis en vaardigheden, gerelateerd aan de minimumdoelstellingen voor een opleiding, afgestemd op de individuele behoeften en een motiverende benadering.

naar boven