Het Klavertje

 

Spraakstoornissen

Spraakstoornissen of articulatiestoornissen komen zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. In essentie bestaat deze stoornis uit het consistent foutief produceren van spraakklanken. Klanken worden vervangen, weggelaten of vervormd.

Articulatiestoornissen kunnen verscheidene oorzaken hebben :

  • Fonetische/fonemische articulatiestoornissen
    Meestal gaat het om een louter verkeerde articulatiegewoonte. Normaal articuleren is een vaardigheid die aangeleerd moet worden.
  • Orofaciale afwijkingen en/of afwijkend mondgedrag (vb. slikstoornissen)
  • Articulatiestoornissen van neurogene oorsprong

 

Fonetische/fonemische articulatiestoornissen

articulatiestoornissen

 
Bij articulatiestoornissen worden spraakklanken vervangen, weggelaten en/of vervormd. Soms worden meerdere spraakklanken foutief geproduceerd. Ook zijn er moeilijkheden met het gebruik van spraakklanken als drager van betekenis (fonemen). Soms gaat het om fouten tegen één of slechts enkele spraakklanken zoals [s], [z], [r], [k], [t], [l], … . 10% van de kinderen beneden de leeftijd van 8 jaar en 5% van de kinderen van 8 jaar en ouder vertonen articulatiestoornissen die niet veroorzaakt worden door andere afwijkingen. Het gaat in dit geval om foutieve gewoonten. Normaal articuleren is een vaardigheid die geleerd moet worden. Sommige kinderen hebben daar problemen mee: ze leren de spraakklanken niet of onvoldoende of foutief.  

Articulatiestoornissen kunnen gepaard gaan met het ontwikkelen van negatieve gevoelens. Dit kan een negatieve weerslag hebben op de ontwikkeling van het zelfconcept en de zelfwaardering van het kind. Precies de kleuterleeftijd is belangrijk voor het ontwikkelen van sociale interacties. De kansen om verbale gedragingen te stellen kunnen bij kinderen met articulatieproblemen verminderen waardoor de achterstand weer kan vergroten.

Naast het belang van een eventuele ontwikkeling van de negatieve attitudes wordt de regel gehanteerd dat spraak en taal in orde moeten zijn alvorens een kind in het 1ste leerjaar leert lezen en schrijven.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er tijdig met een articulatietherapie gestart moet worden. Met de  therapie kan al op zeer jonge leeftijd gestart worden.

naar boven


Afwijkend mondgedrag / orofaciale afwijkingen

mondgedrag

 

Bij afwijkend mondgedrag denken we aan de volgende zaken.

  • Open-mondgedrag
    Er wordt door de mond geademd en niet door de neus. Door de vermindering
    van de tonus in de lippen wordt de articulatie minder pittig en veerkrachtig.
  • Habitueel mondademen
    Door de lage tongligging ontstaat afwijkend slikken en tongpersen en een algemeen slappe articulatie.
  • Infantiel slikken of tongpersen
    Een abnormaal voorwaartse beweging van de tong in rust en tijdens slikken gaat gepaard met articulatieproblemen. 
  • Lipzuigen en –bijten
    Dit gaat vooral gepaard met een open beet en met kaakvervorming waardoor gemakkelijk articulatiestoornissen ontstaan. 

Logopedische therapie voor deze afwijkende gedragingen is efficiënt indien er thuis voldoende geoefend wordt.  De logopedist werkt hierbij vaak samen met de orthodontist.

naar boven

Dysarthrie

Bij dysarthrie gaat het om een groep van motorische spraakstoornissen waarbij 1 of meerdere basisprocessen van de spraakmotoriek (ademhaling, stemgeving, resonantie, articulatie en prosodie) aangetast zijn door een stoornis in de spiercontrole die te wijten is aan een neurologisch letsel. De stoornis uit zich in een zekere zwakte, traagheid, incoördinatie, of in verandering in de spiertonus van de spieren van het spreekapparaat.

Mogelijke oorzaken van dysarthrie zijn een aandoening aan het zenuwstelsel door traumata (ongevallen), tumoren, CVA, chronische ziektes (MS, ALS, ziekte van Parkinson), alcoholvergiftiging en drugs.

Na de logopedische diagnose (voorafgegaan door de medische diagnose van de neuroloog) wordt met de logopedische therapie gestart. Deze omvat, naast een aantal concrete doelen (wijzigen van houding, spiertonus en kracht, ademhaling, stemgeving, resonantie, articulatie en prosodische kenmerken) ook counseling en begeleiding van de omgeving. De logopedist verstrekt informatie, biedt geruststelling en emotionele steun en verbetert in de mate van het mogelijke eventuele omgevingsinvloeden.

naar boven

Verbale apraxie

Verbale apraxie (of verbale dyspraxie) is een neurologische articulatiestoornis ten gevolge van problemen met het plannen van de articulatiebewegingen. Deze planning gebeurt vanuit de hersenen. Aan de spieren die verantwoordelijk zijn voor de articulatie is geen sprake van een verlamming of andere afwijking. De patiënt weet wat hij wil zeggen, maar hij weet de opeenvolging niet meer.

Bij oudere patiënten zal men in 90% van de gevallen een CVA als oorzaak vinden. Bij kinderen is de oorzaak ook wel te vinden in een neurologisch letsel.

Volgende verschijnselen omvatten de hoofdkenmerken van apraxie van de spraak.

  • Veel articulatiefouten: vervanging en verplaatsing van klanken binnen woorden
  • Startmoeilijkheden: stoppen, opnieuw beginnen, klank-, lettergreep- en woordherhalingen, hoorbaar tasten naar de articulatiepositie, …
  • Wisselende uitingen bij het onmiddellijk herhalen

Bij de logopedische behandeling van apraxie van de spraak ligt het kernpunt van de therapie op motorische training en op de programmering van de bewegingen. Het simultaan optreden met afasie kan veel problemen opleveren. Afhankelijk van de graad van apraxie en de leeftijd van de patiënt zal de therapie variëren.

naar boven